FPG vraagt bezinning over monumentenregeling


De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) is blij dat de fiscale aftrekregeling voor monumentenpanden twee jaar langer blijft bestaan. Het geeft volgens de organisatie tijd voor ‘een gedegen discussie over een monumentale vergissing’.

De dinsdag gepresenteerde Miljoenennota geeft aan dat de omstreden omvorming van een fiscale aftrekregeling naar een uitgavenregeling doorgaat. De invoeringsdatum is echter uitgesteld tot 2019 en de geplande korting op de regeling wordt teruggedraaid.

De FPG spreekt van ‘een positief signaal van het kabinet’. De organisatie wil dat de komende tijd diepgaand wordt gesproken over de plannen die onder eigenaren van monumentale boerderijen in de problemen gaan brengen.

Evenwichtig beleid
In haar reactie op de Rijksbegroting 2018 vraagt de FPG om een evenwichtig fiscaal beleid, faire vergoedingen en ruimte voor beheer en ondernemen, ook in het buitengebied. ‘Alleen dan zijn particuliere investeringen in de kwaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied en duurzame groei mogelijk’, aldus een persbericht.

Omdat het huidige kabinet daaraan geen concrete impulsen meer geeft, wordt het des te belangrijker dat de Tweede Kamer en het volgende Kabinet hierop bijsturen. De FPG vraagt onder meer aandacht voor de knellende vermogensrendementsheffing en ontwikkelruimte voor grondgebonden landbouw en landgoederen.

Veiligheid op het platteland
Bij de verdeling van de 116 miljoen euro die extra beschikbaar komt voor veiligheid mag volgens de FPG het toezicht en de handhaving in het buitengebied niet worden vergeten. Voorgesteld wordt om een deel van het geld in te zetten voor ‘groene’ buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) die toezicht houden in het buitengebied.

Hun aantal is drastisch afgenomen, terwijl tegelijkertijd zaken als illegale afvaldumping en recreatie-overlast drastisch toenemen. De FPG vond hiervoor eerder steun vanuit de Kamer, de kwestie verzandde echter in interdepartementaal gesteggel tussen de ministeries van EZ en van Veiligheid en Justitie.

Fosfaatwetgeving
Een grondgebonden groei van de landbouw kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling. De FPG pleit in dat verband voor het samenvoegen van de Wet grondgebonden groei melkveehouderij en het wetsvoorstel Fosfaatrechten.

Bron: www.nieuweoogst.nu

Monumentenvereniging spreekt in Gemeenteraad


Gemeenteraad geinformeerd over MIP-vereniging

Tijdens de maandelijkse inspreekavond van de Gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft Jos de Lange de raad geïnformeerd over de plannen van een aantal enthousiaste vrijwilligers om een vereniging op te richten van eigenaren van cultuurhistorische (“CHW”) panden in de gemeente.

Een drietal eigenaren van dergelijke CHW-panden dienden op 31 juli 2017 een reactie in bij de gemeente op het voornemen van het College van B&W om beleid te gaan vastleggen hoe de gemeente om wil gaan met cultuurhistorische panden. De eigenaren deden dit onder de noemer van de MIP-vereniging in oprichting, zo genoemd naar het Monumenten Inventarisatie Project uit 1988. Bij de MIP  inventarisatie werden voor het eerst panden met cultuurhistorische waarde in kaart gebracht.

Onbekend maakt onbemind

Tijdens voorlichtingsavonden in Bodegraven op 26 juni en in Reeuwijk op 3 juli heeft de wethouder verantwoordelijk voor het erfgoedbeleid de CHW-plannen van de gemeente toegelicht. Jos de Lange benadrukte tijdens zijn inspraak dat veel eigenaren bezwaren hebben tegen opname in een nieuwe MIP-lijst. Zij zijn bang dat zij dan niet zelf meer kunnen bepalen wat er met hun pand gebeurt.  Daarnaast is er veel onduidelijkheid over de onderhoudsplicht die registratie mogelijk met zich brengt. In het kader van “samen staan we sterk” willen eigenaren van cultuurhistorische panden hun krachten bundelen.

Ontwerp Bestemmingsplan Buitengebied Noord

Aanleiding voor deze inspraak was de vermelding van panden met cultuurhistorische waarde in het ontwerp bestemmingsplan Bodegraven Noord. Voorheen was dat niet het geval. Probleem is evenwel dat het beleid hoe om te gaan met dit soort panden door de gemeente nog niet is gefomuleerd. Tegelijkertijd legt het bestemmingsplan al wel verplichtingen op.

Jos de Lange pleitte ervoor om het CHW-beleid op hoofdlijnen in het bestemmingsplan op te nemen. Daarnaast vroeg hij de Raad om in het buitengebied meer bedrijvigheid toe te staan dan nu (nog) mogelijk is. De gemeente lijkt er voor te kiezen om bedrijven zoveel als mogelijk uit het buitengebied te weren, en alleen kleine bedrijfjes aan huis toe te staan.

Reacties Gemeenteraadsleden

In een reactie op de inspraak van de MIP-vereniging i.o. vroeg de heer Passchier (CDA) wat de  vereniging, gelet op alle onzekerheid, nu precies zou willen. Jos de Lange gaf aan dat de gemeente vooral op de ingeslagen weg van het formuleren van beleid door moest gaan. Hij had er begrip voor dat bestemmingsplan en beleids-formulering uit fase lopen.

De heer De Groot (CU) vroeg zich af hoe het dan zou moeten met agrarische bedrijven. Jos de Lange gaf aan dat alle vormen van bedrijfsvoering in het buitengebied zouden moeten worden toegestaan. Dit draagt immers bij aan de instandhouding van cultuurhistorische panden.

Na afloop van de vergadering gaven raadsleden aan dat er wellicht bredere belangstelling bestaat voor deelname aan de MIP-vereniging. Eigenaren van Rijks- en gemeentemonumenten in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk voelen zich op dit moment niet vertegenwoordigd binnen de gemeente. Het zou dan ook beter zijn om te komen tot een gezamenlijke Monumentenvereniging.

MIP-vereniging spreekt gemeente


Bespreking MIP-vereniging gemeente

Afgelopen donderdag 31 augustus 2017 heeft het interim bestuur van de MIP-vereniging Bodegraven-Reeuwijk een oriënterend gesprek gehad met vertegenwoordigers van de gemeente. Aanleiding was het voorstel om te komen tot een vereniging van eigenaren van cultuurhistorische panden in de gemeente.

“Hoog” geclassificeerde boerderijen

Tijdens de bijeenkomst werden onder meer de voorstellen besproken die zijn geformuleerd door Kees-Jan van Dam, in een brief aan de eigenaren van de 108 boerderijen  die in de CHW inventarisatie zijn geclassificeerd als “hoog”.

Kees-Jan pleit voor toekenning van een CHW-waardering op basis van economische haalbaarheid. Alleen ruime inpandige ontwikkelingsmogelijkheden bieden toekomstperspectief. Er moet daarom worden gezocht naar aanvullende financieringsbronnen.