Sloop deel timmerfabriek Bodegraven ‘een rotstreek’

Sloop van deel oude timmerfabriek Bodegraven ‘een rotstreek’

Jan Belt, 17 januari 2018

Met een verbeten blik kijken Leendert Spijker en Broos de Groot naar het enorme gat dat uit de voorgevel van het vroegere pand van Mak’s Wijnhandel aan de Wilhelminastraat 78 is gesloopt. De voorzitter en secretaris van de Stichting Historische Kring Bodegraven zijn boos en verdrietig. ,,Wij hadden nooit gedacht dat de slopershamer er zo zonder pardon tegenaan zou gaan.”

‘Opeens’ stond de kraan van sloopbedrijf Anton van Dijk uit Woerden deze week bij het gebouw dat vroeger deel uitmaakte van het complex van timmerfabriek Van den Oudenrijn. ,,Ik schrok enorm toen omwonende Theo Hamoen een foto van de sloop op Facebook zette. Ik ben meteen gaan kijken”, vertelt Spijker.

Beschermen


Wij wisten van niks, terwijl de burgemeester heeft beloofd dat eerst met ons zou worden gepraat voordat er iets zou gebeuren

Wim van der Weijden

Hij werd ook kwaad. Immers: vorige week zat een delegatie van de Historische Kring nog om de tafel met wethouder Jan Leendert van den Heuvel (SGP, erfgoed) en informeerde hij wat de plannen zijn voor de Wilhelminastraat. ,,De timmerfabriek is allang verhuisd, de achtergebleven panden daar staan te verpaupereren. Het voormalige pakhuis met woning uit 1914 is volgens een inventarisatie voor nieuwe beschermwaardige panden zeer de moeite waard. Vanavond wordt die lijst nota bene besproken door de raadscommissie.”

Het is een opzetje, weten Spijker en De Groot bijna zeker. De wethouder zou hebben gedaan alsof hij niks wist, terwijl de eigenaar van de grond er nu voor heeft gezorgd dat er op Wilhelminastraat 78 niks meer te beschermen valt. ,,Een rotstreek”, meent Spijker. De Groot zegt het iets milder. ,,Je kunt het ook een slimme streek van de ontwikkelaar noemen.”

Dubbel gevoel

Wethouder Van den Heuvel heeft er een dubbel gevoel over, meldt hij desgevraagd. ,,De ontwikkelaar kon nu nog zijn gang gaan en heeft daar handig gebruik van gemaakt. Ik wist niet dat hij deze week zou beginnen met slopen, maar hield wel rekening met zo’n scenario. Binnen een maand zou het gebouw een beschermde status hebben gehad en dan zou sloop een stuk moeilijker zijn geworden.”

De wethouder snapt de emoties bij de Historische Kring, maar roept ook op ‘een beetje nuchter’ naar de situatie te kijken. ,,Het gebouw was in zeer slechte staat. De Historische Kring hoopte dat de voorgevel zou blijven staan als er woningen komen, maar ik vraag me af of dat mogelijk zou zijn geweest. Ik weet wel dat de innige wens van veel Bodegravers is dat er eindelijk eens iets gebeurt op deze rotte plek, zoals we dat vroeger noemden. Nu heet het een kansrijke plek. Nou, door de sloop is die nog wat kansrijker gemaakt.”

Van den Oudenrijn wil volgens Van den Heuvel tientallen woningen bouwen op de plek van de timmerfabriek. Eerdere plannen stuitten op verzet van omwonenden.

Voorbeeld

Wij hadden nooit gedacht dat de slopershamer er zo zonder pardon tegenaan zou gaan

Leendert Spijker en Broos de Groot

Wim van der Weijden is één van hen. Hij is ook boos over de sloop. ,,Wij wisten van niks, terwijl de burgemeester heeft beloofd dat eerst met ons zou worden gepraat voordat er iets zou gebeuren.” Van der Weijden gaat (weer) een boze brief schrijven aan college en raadsleden van Bodegraven-Reeuwijk.

Inspraak Beleidsnota Cultuurhistorie 10 januari

Beleidsnota Cultuurhistorie behandeld in de Gemeenteraad

Van 19 juni tot en met 31 augustus 2017 hebben de stukken over de Beleidsnota cultuurhistorie voor het onderdeel waardevolle panden en objecten ter inzage gelegen bij de gemeente. De Beleidsnota Cultuurhistorie wordt behandeld in de Gemeenteraad van 24 januari 2018.

Inspraak voorafgaande aan de raadsbehandeling

Voorafgaand aan de behandeling van zowel de Beleidsnota cultuurhistorie als de Nota van beantwoording in de Raadsvergadering van 24 januari 2018 konden de pandeigenaren op woensdag 10 januari 2018 spreektijd krijgen tijdens het inspraakuur van de gemeenteraad. De Monumentenvereniging heeft van de inspraak mogelijkheid gebruik gemaakt door het volgende naar voren te brengen.

  1. De gemeente schrijft dat zij de belangenvereniging ‘Behoud van cultureel Erfgoed’ graag wil steunen. Dat stellen wij bijzonder op prijs. Maar “Monumentenverenigingklinkt beter en is makkelijker te onthouden. Bovendien was de naam op internet nog vrij!
  2. Waar precies het erfgoedbeleid voor panden wordt beschreven, is onduidelijk. Er wordt verwezen naar Oplegnotitie, Toelichting en Nota van Beantwoording. Er staat ook iets in het concept raadsbesluit. Kan dat niet in één document worden samengevat?
  3. Veel eigenaren van CHW-gewaardeerde panden hebben aangegeven met die aanwijzing te kunnen leven, als er financieel wat tegenover staat. De subsidie bedraagt omgerekend maar enkele honderden euro’s per pand. Dat is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat! Dit draagt niet bij aan draagvlak voor het nieuwe beleid!
  4. Ook wordt geschermd met korting op de bouwleges. Maar dat betekent niet dat eigenaren helemaal niets meer betalen. Ook hier gaat het om “peanuts”. In verhouding met de bouw­som zal de besparing voor eigenaren (zeer) gering zijn.
  5. Verder staat in de Nota van Beantwoording dat de Gemeente Bodegraven-Reeuwijk NIET kiest voor een financiële compensatie in de vorm van jaarlijkse vrijstelling van de OZB. Men zou onvoldoende kunnen nagaan of eigenaren van een CHW object de besparing daadwerkelijk inzetten voor de instandhouding van de culturele erfgoedwaarde. Dat is een drogreden! Wij voelen ons in onze eer aangetast! Hetzelfde kan met net zoveel gemak worden beweerd van monumenteigenaren!
  6. De gemeente heeft er alles aan gedaan om zoveel mogelijk transparant te zijn. Toch is er veel onduidelijk. Er komt veel op ons af. Wij pleiten daarom nogmaals voor de instelling van een Taakgroep Cultureel Erfgoed (panden). De monumentenvereniging participeert graag.
  7. Een belangrijke taak is weggelegd voor de Erfgoedcommissie. Dat blijft een black box. De Monumentenvereniging wil daarin graag deelnemen, zodat ook de eigenaren zelf kunnen meedenken en adviseren. De monumentenvereniging bundelt een enorme hoeveel kennis over zaken als historie van de streek, cultuur en bouwen, en stelt die graag ter beschikking.

 

Sloop Rietveldwoningen Reeuwijk historische vergissing

Cuypersgenootschap: ‘Sloop monumentale Rietveldwoningen Reeuwijk historische vergissing’

Er staan in totaal 54 Rietveldwoningen in Reeuwijk. Volgens het plan van Woningbouwvereniging Reeuwijk worden er 46 gesloopt en blijven er 8 staan. Het gaat om woonblokken van 8 woningen. Er blijft dus één blok gespaard volgens het plan. Leo Dubbelaar van het Cuypersgenootschap vindt dat de huizen in Reeuwijk van grote architectonische- en cultuurhistorische waarde zijn.

Gerrit Rietveld is wereldberoemd als meubelmaker en architect. Zijn ontwerpen behoren tot de iconen van het Nederlandse erfgoed. Grotere woningbouwprojecten van zijn hand zijn zeldzaam: Rietveld heeft maar drie sociale woningbouwprojecten gerealiseerd. Hoewel de woningen door een renovatie in 1979-1980 aan de buitenkant behoorlijk zijn veranderd, is het Rietveldkarakter wel behouden. De sloop van deze woningen zou een historische vergissing zijn, aldus het genootschap.

Nieuwbouw beste

Vincent van Luit, directeur woningbouwvereniging Reeuwijk begrijpt de zorgen zorgen over het cultuurhistorisch erfgoed. ‘Dat hebben we ook meegewogen. We hebben drie varianten doorgerekend: restauratie, renovatie en sloop- nieuwbouw. Dat hebben we langs drie meetlatten gelegd: financieel, cultuurhistorisch en volkshuisvestelijk. We kwamen tot de conclusie dat sloop en nieuwbouw het beste is.’

Restauratie zou volgens Van Luit behoorlijk duur worden en nieuwbouw gaat ook weer langer mee. Daarnaast zijn de woningen ook niet meer zo herkenbaar als de originele Rietveldwoningen, legt Van Luit uit. ‘Bij de bouw is er al van alles mis gegaan. De aannemer begreep niet wat Rietveld bedoelde. Later bij het grote onderhoud zijn de daken en de pui vervangen, dus aan de buitenkant is er weinig meer van Rietveld’s ontwerp over. Toch gaan we één blok behouden en dat restaureren. En misschien krijgt één woning een museale functie.’

Mochten de woningen de status Rijksmonument krijgen, komt er wellicht subsidie van het Rijk voor de huizen, wat renovatie toch mogelijk zou maken. Maar die kans is volgens Van Luit niet zo groot.

Gemeente stuurt CHW-eigenaren brief

Stand van zaken Nota Cultuurhistorie

Op 31 oktober heeft Jeffrey van Kronenburg namens het College van B&W van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk een brief gestuurd aan de eigenaren van CHW panden. Daarin worden de eigenaren geïnformeerd over de wijze waarop de reacties op de Nota Cultuurhistorie worden behandeld. Tevens worden een aantal voorbeelden gegeven van zaken die eigenaren van CHW-panden vergunningsvrij kunnen aanpassen aan hun pand.

Uiteenlopende reacties

Zoals wij al eerder berichtten zijn de reacties van de eigenaren verschillend. Velen zien graag dat de gemeente hen ter compensatie van de aanwijzing als CHW-pand financieel tegemoet komt. Verlaging van de WOZ-belasting ligt daarbij in de rede. Sommige eigenaren daarentegen willen helemaal niet dat hun pand als CHW-object wordt aangewezen. Weer anderen willen dat juist wel. Sommigen staan zelfs een hogere CHW-waardering voor.

Wat een CHW-eigenaar wel en niet mag

In de brief geeft de gemeente aan wat eigenaren van CHW-panden wel en niet mogen. Omdat het geen Rijks- of gemeentemonumenten zijn, mogen eigenaren van CHW-panden eigenlijk vrijwel alles wat eigenaren van “gewone” panden ook mogen (behalve slopen). Naarmate de cultuurhistorische waarde hoger ligt, is het duidelijk dat de gemeente er toe zal neigen om meer beperkingen op te (gaan) leggen. Uit de nota van toelichting bij het bestemmingsplan Bodegraven Noord kan worden opgemaakt dat er in ieder niet gesloopt mag worden zonder voorafgaande toetsing door de Erfgoedcommissie.

Bijdragen van de Monumentenvereniging

Het zal de gemeente tijd en inspanning kosten om een uitgebalanseerde reactie te formuleren op al de verschillende wensen van de CHW-eigenaren. De Monumentenvereniging wil daar graag aan bijdragen. Dat de gemeente dit op prijs stelt blijkt uit de positieve reactie van de gemeente op het initiatief van enkele eigenaren om een vereniging van eigenaren van monumenten en CHW-panden op te richten.

De gemeente heeft ons als vereniging gesteund door onze uitnodiging aan potentiele leden om lid te worden in te sluiten bij hun eigen brief. Dit was nodig omdat de gemeente de vereniging uit privacy overwegingen niet rechtstreeks adressen mag verstrekken. Wij zijn de gemeente daarvoor bijzonder erkentelijk. Dit laat overigens onverlet dat wij de gemeente kritisch zullen blijven volgen bij de formulering van het Erfgoedbeleid.

Word lid

U kunt lid worden van de vereniging door een bericht te sturen via de contactpagina, of te mailen naar bestuur-monumentenvereniging.

Monumentenvereniging spreekt weer in Gemeenteraad

Inspraak 13 september

Op 13 september 2017 benutte Jos de Lange het inspreekmoment in de Gemeenteraad om de Raad te informeren over de plannen om een vereniging op te richten van eigenaren van monumenten en cultuurhistorische panden. Ook ging hij in op de plannen van het College van B&W om beleid vast te leggen over de wijze waarop de gemeente om wil gaan met cultuurhistorische panden. De vereniging wil graag bij het fomuleren van dat beleid betrokken blijven.

Verkeerd geciteerd

In de vergadering van de 13 september gaf Jos de Lange al aan dat de gemeente, en met name de wethouder belast met het erfgoedbeleid en zijn ambtenaren, goed bezig zijn. Zij willen de eigenaren van monumenten en cultuurhistorische panden zoveel als mogelijk bij de invulling van het nieuwe Erfgoedbeleid betrekken. Dat is een win-win situatie voor alle betrokkenen.

Dat de gemeente de burgers actief bij het beleid wil betrekken bleek ook uit de toezending van het gespreksverslag van de inspraak op 13 september. In het verslag stond echter niet vermeld dat Jos de Lange sprak namens de Monumentenvereniging Bodegraven-Reeuwijk. Reden om dit in de opiniërende vergadering van 4 oktober nog eens extra te benadrukken.

Zorgen over monumenten in het buitengebied

De Raadsvergadering van 4 oktober bood de Monumentenvereniging nogmaals de kans om haar zorg uit te spreken dat er straks onvoldoende mogelijkheden zijn om grotere monumentale panden in het buitengebied (denk aan voormalige kaasboerderijen) in stand te houden. Dat kan alleen als naast wonen en zorg ook bedrijfsactiviteiten in het buitengebied mogelijk blijven. Die mogelijkheid wordt nu echter waar mogelijk door de gemeente beperkt tot “huisgebonden activiteiten” met een maximum van 80m2. Dat is bij lange na niet voldoende om een bedrijf van enige omvang levensvatbaar te kunnen laten zijn.

Paraplu-voorziening buitengebied

Jos de Lange sloot af met de opmerking dat de PvdA in de Raadsvergadering van 19 september heeft opgemerkt dat er over het landelijk gebied nog goed gesproken moet worden. Die uitspraak roept vragen op omdat het immers de bedoeling is om op korte termijn het nieuwe bestemmingsplan Bodegraven Noord vast te stellen. Wil men achteraf nog wijzigingen aanbrengen dan moet het voorliggende bestemmingsplan wel voldoende ruimte bieden. Anders kan straks niet van een adequate paraplu herziening (die moet gaan gelden voor alle bestemmingsplannen) sprake zijn.

FPG vraagt bezinning over monumentenregeling

De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) is blij dat de fiscale aftrekregeling voor monumentenpanden twee jaar langer blijft bestaan. Het geeft volgens de organisatie tijd voor ‘een gedegen discussie over een monumentale vergissing’.

De dinsdag gepresenteerde Miljoenennota geeft aan dat de omstreden omvorming van een fiscale aftrekregeling naar een uitgavenregeling doorgaat. De invoeringsdatum is echter uitgesteld tot 2019 en de geplande korting op de regeling wordt teruggedraaid.

De FPG spreekt van ‘een positief signaal van het kabinet’. De organisatie wil dat de komende tijd diepgaand wordt gesproken over de plannen die onder eigenaren van monumentale boerderijen in de problemen gaan brengen.

Evenwichtig beleid
In haar reactie op de Rijksbegroting 2018 vraagt de FPG om een evenwichtig fiscaal beleid, faire vergoedingen en ruimte voor beheer en ondernemen, ook in het buitengebied. ‘Alleen dan zijn particuliere investeringen in de kwaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied en duurzame groei mogelijk’, aldus een persbericht.

Omdat het huidige kabinet daaraan geen concrete impulsen meer geeft, wordt het des te belangrijker dat de Tweede Kamer en het volgende Kabinet hierop bijsturen. De FPG vraagt onder meer aandacht voor de knellende vermogensrendementsheffing en ontwikkelruimte voor grondgebonden landbouw en landgoederen.

Veiligheid op het platteland
Bij de verdeling van de 116 miljoen euro die extra beschikbaar komt voor veiligheid mag volgens de FPG het toezicht en de handhaving in het buitengebied niet worden vergeten. Voorgesteld wordt om een deel van het geld in te zetten voor ‘groene’ buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) die toezicht houden in het buitengebied.

Hun aantal is drastisch afgenomen, terwijl tegelijkertijd zaken als illegale afvaldumping en recreatie-overlast drastisch toenemen. De FPG vond hiervoor eerder steun vanuit de Kamer, de kwestie verzandde echter in interdepartementaal gesteggel tussen de ministeries van EZ en van Veiligheid en Justitie.

Fosfaatwetgeving
Een grondgebonden groei van de landbouw kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling. De FPG pleit in dat verband voor het samenvoegen van de Wet grondgebonden groei melkveehouderij en het wetsvoorstel Fosfaatrechten.

Bron: www.nieuweoogst.nu

Monumentenvereniging spreekt in Gemeenteraad

Gemeenteraad geinformeerd over MIP-vereniging

Tijdens de maandelijkse inspreekavond van de Gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft Jos de Lange de raad geïnformeerd over de plannen van een aantal enthousiaste vrijwilligers om een vereniging op te richten van eigenaren van cultuurhistorische (“CHW”) panden in de gemeente.

Een drietal eigenaren van dergelijke CHW-panden dienden op 31 juli 2017 een reactie in bij de gemeente op het voornemen van het College van B&W om beleid te gaan vastleggen hoe de gemeente om wil gaan met cultuurhistorische panden. De eigenaren deden dit onder de noemer van de MIP-vereniging in oprichting, zo genoemd naar het Monumenten Inventarisatie Project uit 1988. Bij de MIP  inventarisatie werden voor het eerst panden met cultuurhistorische waarde in kaart gebracht.

Onbekend maakt onbemind

Tijdens voorlichtingsavonden in Bodegraven op 26 juni en in Reeuwijk op 3 juli heeft de wethouder verantwoordelijk voor het erfgoedbeleid de CHW-plannen van de gemeente toegelicht. Jos de Lange benadrukte tijdens zijn inspraak dat veel eigenaren bezwaren hebben tegen opname in een nieuwe MIP-lijst. Zij zijn bang dat zij dan niet zelf meer kunnen bepalen wat er met hun pand gebeurt.  Daarnaast is er veel onduidelijkheid over de onderhoudsplicht die registratie mogelijk met zich brengt. In het kader van “samen staan we sterk” willen eigenaren van cultuurhistorische panden hun krachten bundelen.

Ontwerp Bestemmingsplan Buitengebied Noord

Aanleiding voor deze inspraak was de vermelding van panden met cultuurhistorische waarde in het ontwerp bestemmingsplan Bodegraven Noord. Voorheen was dat niet het geval. Probleem is evenwel dat het beleid hoe om te gaan met dit soort panden door de gemeente nog niet is gefomuleerd. Tegelijkertijd legt het bestemmingsplan al wel verplichtingen op.

Jos de Lange pleitte ervoor om het CHW-beleid op hoofdlijnen in het bestemmingsplan op te nemen. Daarnaast vroeg hij de Raad om in het buitengebied meer bedrijvigheid toe te staan dan nu (nog) mogelijk is. De gemeente lijkt er voor te kiezen om bedrijven zoveel als mogelijk uit het buitengebied te weren, en alleen kleine bedrijfjes aan huis toe te staan.

Reacties Gemeenteraadsleden

In een reactie op de inspraak van de MIP-vereniging i.o. vroeg de heer Passchier (CDA) wat de  vereniging, gelet op alle onzekerheid, nu precies zou willen. Jos de Lange gaf aan dat de gemeente vooral op de ingeslagen weg van het formuleren van beleid door moest gaan. Hij had er begrip voor dat bestemmingsplan en beleids-formulering uit fase lopen.

De heer De Groot (CU) vroeg zich af hoe het dan zou moeten met agrarische bedrijven. Jos de Lange gaf aan dat alle vormen van bedrijfsvoering in het buitengebied zouden moeten worden toegestaan. Dit draagt immers bij aan de instandhouding van cultuurhistorische panden.

Na afloop van de vergadering gaven raadsleden aan dat er wellicht bredere belangstelling bestaat voor deelname aan de MIP-vereniging. Eigenaren van Rijks- en gemeentemonumenten in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk voelen zich op dit moment niet vertegenwoordigd binnen de gemeente. Het zou dan ook beter zijn om te komen tot een gezamenlijke Monumentenvereniging.

MIP-vereniging spreekt gemeente

Bespreking MIP-vereniging gemeente

Afgelopen donderdag 31 augustus 2017 heeft het interim bestuur van de MIP-vereniging Bodegraven-Reeuwijk een oriënterend gesprek gehad met vertegenwoordigers van de gemeente. Aanleiding was het voorstel om te komen tot een vereniging van eigenaren van cultuurhistorische panden in de gemeente.

“Hoog” geclassificeerde boerderijen

Tijdens de bijeenkomst werden onder meer de voorstellen besproken die zijn geformuleerd door Kees-Jan van Dam, in een brief aan de eigenaren van de 108 boerderijen  die in de CHW inventarisatie zijn geclassificeerd als “hoog”.

Kees-Jan pleit voor toekenning van een CHW-waardering op basis van economische haalbaarheid. Alleen ruime inpandige ontwikkelingsmogelijkheden bieden toekomstperspectief. Er moet daarom worden gezocht naar aanvullende financieringsbronnen.

 

 

Inspraakreactie CHW-beleid MIP-vereniging

Erfgoedbeleid gemeente Bodegraven-Reeuwijk

In het kader van het bredere Erfgoedbeleid wil de gemeente komen tot formulering van uitgangspunten hoe zij om wil gaan met cultuurhistorische (CHW) panden.  Tijdens voorlichtingsavonden in Bodegraven op 26 juni en Reeuwijk op 3 juli 2017 heeft de wethouder verantwoordelijk voor dat beleid eigenaren van CHW-panden uitgenodigd om mee te denken in een zogenoemde inspraakreactie.

Inspraakreactie MIP-vereniging

Veel eigenaren maken bezwaar tegen opname in de nieuwe MIP-lijst. Eigenaren  zijn bang dat zij niet meer zomaar wijzigingen kunnen aanbrengen in hun woning of bedrijfs­pand. Daarnaast is er veel onduidelijkheid over de onderhoudsplicht die registratie mogelijk met zich brengt.

De MIP-vereniging is van oordeel dat de nieuwe registratie wel degelijk verplichtingen meebrengt. Bovendien is door registratie van MIP-objecten in de (con­cept-) bestemmingsplannen reeds uit dien hoofde sprake van een nieuwe (bestuurs­rechtelijke) situatie.

De gemeente zou heel wat zorgen weg nemen wanneer duidelijk wordt dat eigenaren worden gesteund bij het in stand houden van hun MIP-object.

Voorstellen MIP-vereniging

De MIP-vereniging heeft aangegeven dat eigenaren van MIP-panden andere belangen hebben dan bijvoorbeeld de vereniging Hugo Kotestein, hoe waarde­vol de inbreng van een dergelijke op behoud van cultuurhistorisch objecten gerichte verenigingen verder ook kan zijn. De MIP-vereniging kan het contact tussen eige­naren van MIP-objecten en de gemeente verduidelijken, stroom­lijnen en richting geven.

De MIP-vereniging heeft het volgende voorgesteld:

  • De vorming van een klankbordgroep waarin eigenaren van MIP-objecten zijn vertegenwoordigd.
  • Periodieke informatie aan de eigenaren, specifiek gericht op de problematiek van het beheer van MIP-objecten, gemeentelijke en Rijksmonumenten in onze gemeente.
  • Het reserveren van meer onderhoudsbudget dan tot nu
  • Het faciliteren van een periodieke onderhoudsinventarisatie door de gemeente.
  • Uitbreiden van de mogelijkheid om geen of minder WOZ-belasting te betalen voor andere dan gemeentelijke monumenten.